Verstandelijke beperking, hoe zit dat nu?

Laat ik voorop stellen dat ik onderstaand stuk heb geschreven vanuit mijn eigen ervaringen en dat het voorbeeld wat ik noem gaat over een fictief persoon.

Er zijn verschillende oorzaken voor een verstandelijke beperking. Een verstandelijke beperking kan bijvoorbeeld voortkomen uit erfelijke belasting, invloeden van buitenaf tijdens de zwangerschap, problemen tijdens of vlak na de geboorte of hersenletsel op latere leeftijd.

Het is in feite een ontwikkelingsachterstand, er is daarbij vaak beperkt leervermogen aanwezig. Er zit veel verschil in welke mate van verstandelijke beperking en het leervermogen dat iemand heeft. Er zijn mensen die veel kunnen leren, maar er zijn ook mensen waar het aanleren van nieuwe vaardigheden niet mogelijk is.

Daarbij zijn er verschillende aspecten die er voor zorgen dat mensen met een verstandelijke beperking best complex kunnen zijn. Elke persoon, beperkt of niet, heeft te maken met 3 aspecten. Te weten: kalenderleeftijd, ontwikkelingsleeftijd en sociaal-emotionele leeftijd. Deze 3 staan met elkaar in verbinding.

Kalenderleeftijd: de leeftijd die je hebt.

Ontwikkelingsleeftijd: de geschatte leeftijd waarop iemand zich ontwikkeld. Een kind die in groep 3 zit ontwikkeld zich als een 6 a 7 jarige. In de meeste gevallen ontwikkeld iemand zich netjes volgens zijn leeftijd. Dit heeft voornamelijk te maken met de lichamelijke, motorische en taalontwikkeling.

Sociaal-emotionele leeftijd: Dit is een complexer stuk van de ontwikkeling. Het gaat hier om het ontwikkelen van een eigen persoonlijkheid met de daarbij behorende gedragingen en verwachtingen van de maatschappij. Bij het sociale aspect ligt de nadruk op de interactie tussen de persoon in kwestie met anderen. Sociaal wenselijk gedrag en begrip wat bij de kalenderleeftijd hoort. Bij het emotionele aspect ligt de nadruk op het uiten van emoties. Het kennen van eigen emoties, maar ook het herkennen van emoties bij anderen en weten hoe hier op gereageerd kan worden. Verschillende emoties kunnen zijn verdriet, blij, boos, angst, verrast.

Daarnaast komt er bij mensen met een verstandelijke beperking nog een heel belangrijk aspect op de hoek kijken, aangeleerd gedrag. Daar kom ik later op terug.

Als we even van Sanne uit gaan: Sanne haar kalenderleeftijd is 8 jaar, ze ontwikkeld zich prima en haar ontwikkelingsleeftijd is op dit moment 8 jaar, sociaal- emotioneel is ze ook 8 jaar. In de meeste gevallen klopt die ongeveer bij iedereen. Al kan het goed zijn dat er een beetje verschil zit tussen de verschillende aspecten, dat is in veel gevallen geen probleem. Bij kinderen die naar speciaal onderwijs gaan zit er vaak wat verschil tussen de aspecten, maar dit hoeft geen belemmering te zijn voor de toekomst van een kind. Door passend onderwijs te geven kan het verschil ingelopen worden.

Bij mensen met een verstandelijke beperking is het een ander verhaal. Daar zijn de verschillen groter en door het (vaak, niet altijd) beperkte leervermogen kunnen de verschillende aspecten niet veel dichter bij elkaar komen.

Ik geef even een voorbeeld: Piet zijn kalenderleeftijd is 54, zijn ontwikkelingsleeftijd is 3 a 4 jaar en zijn sociaal-emotionele leeftijd is 1,5 a 2 jaar.

Tja, je kunt je vast voorstellen dat dat lastig is. We hebben hier dus te maken met een man van 54, die er ook zo uitziet. Met het ontwikkelingsniveau van een peuter/kleuter. Om het even beter begrijpbaar te maken, Piet zou de oefeningen/lesstof van groep 1 niet helemaal beheersen/begrijpen. Sociaal-emotioneel functioneert Piet op het niveau van een dreumes. Een dreumes probeert uit, zoekt de grenzen op en is nog erg egocentrisch. Er is weinig tot geen begrip voor anderen, zo snapt een dreumes niet dat een ander kind gaat huilen als je hem slaat. En dan komt misschien nog wel het lastigste, Piet heeft 54 jaar levenservaring. De woordenschat van deze man is misschien wel bijna net zo groot als die van elke andere 54 jarige, met het grote verschil dat Piet de helft van de tijd geen idee heeft wat de woorden betekenen. Maar door alle ervaring die hij heeft opgedaan door gesprekken van anderen te horen en door bijvoorbeeld tv kan hij ze wel in de goede context gebruiken.

Maar er is nog meer aangeleerd gedrag Piet drinkt alcohol en rookt heel veel. Dit heeft hij anderen zien doen, hij denkt daarom dat dit er bij hoort. Maar hij snapt niet dat 2 biertjes per dag genoeg is en dat 4 pakjes shag per week best veel is.

Lichamelijk gezien werkt alles naar behoren bij Piet, ook de daar bij behorende seksuele gevoelens. Hij heeft op tv gezien hoe dat werkt tussen mannen en vrouwen. Piet wil dat ook, maar hij heeft nog steeds het verstandelijk vermogen van een peuter/kleuter. Maar kun je van een peuter/kleuter verwachten dat hij seks snapt? Zodat Piet weet wat seks precies is, hoe het werkt en dat het van 2 kanten moet komen?

Piet is redelijk verkeersveilig, dat betekent dat hij alleen door het dorp wandelt en naar de winkels gaat. Hij ziet daar van alles en maakt graag een praatje met andere mensen. Anderen weten dat Piet verstandelijk beperkt is, maar weten niet hoe ze hier mee om moeten gaat. Wat natuurlijk logisch is. Ze vinden het wel gezellig om een grapje en een dolletje te maken met Piet, maar snappen niet waarom hij ineens super kwaad wordt na een grapje. Piet gaat helemaal over zijn toeren en niemand weet wat ze moeten doen om hem weer rustig te krijgen. Ze weten niet dat Piet het grapje helemaal niet snapte en dat hij sociaal-emotioneel gezien dit niet aankan. Dat Piet niet goed weet wat hij moet doen als hij iets niet snapt. Ze bellen de politie, omdat hij alles kort en klein aan het slaan is. De politie komt en wil Piet meenemen naar het bureau. Dit werkt bij Piet als een rode lap op een stier. Hij wordt alleen maar bozer, want hij snapt niet waarom hij mee moet met de politie. Een belangrijk detail: mensen met een verstandelijke beperking zijn oersterk op het moment dat ze boos zijn. Dat is niet uit te leggen, er komt een ongekende oerkracht vrij. Uiteindelijk zijn er 4 mannen nodig om Piet naar de grond te werken. De begeleiding wordt gebeld en deze snelt zich naar Piet. Na 5 minuten heeft de begeleider Piet rustig, Piet is zo mak als een lammetje. Hij vraagt of hij iets mag drinken als ze thuis zijn en of hij dan een dvd van Bassie en Adriaan mag kijken. In het dorp wordt nog een aantal dagen gesproken over het voorval. En Piet? Piet is na een paar uur het hele voorval vergeten, hij is vooral druk met de vraag wat ze vanavond eten.

Bovenstaande voorbeeld maakt, hopelijk, duidelijk hoe complex iemand met een verstandelijke beperking kan zijn. Net zoals elk mens is ook elke persoon met een verstandelijke beperking anders en dat vraagt een unieke begeleiding voor elk persoon. Er zijn ook heel veel mensen die geen agressie vertonen. Maar naast agressie zijn er een heleboel complexe factoren zoals epilepsie, autisme, dementie, syndromen.

Het werken met mensen met een verstandelijke beperking vraagt veel van de begeleiding, hoe zorg je er voor dat je iemand zoals Piet behandelt als een 54 jarige en niet als een kind? Hoe zorg je er voor dat je hem behandelt en begeleid op een volwassen manier, maar wel op zijn niveau zodat hij het snapt. Hoe laat je hem dingen doen op zijn ontwikkelingsniveau om te kijken of hij nog wat meer kan leren, zonder dat je vergeet dat zijn sociaal-emotionele leeftijd lager ligt. Zoals bijvoorbeeld zichzelf wassen onder douche. En is het zelfs mogelijk om zijn sociaal-emotionele ontwikkeling te vergroten? Zo dat hij misschien beter om leert te gaan met situaties waarin hij het overzicht kwijt raakt en het niet meer snapt. Dat is vaak een enorm lastige puzzel om te maken.

Ik hoop dat ik je met deze blog wat inzicht heb gegeven in hoe complex iemand met een verstandelijke beperking kan zijn. Je kunt je nu hopelijk ook voorstellen dat het heel intensief is om in de gehandicaptenzorg te werken, maar dat het ook heel uitdagend werk is.

Geef een reactie